‘On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life.’ Zo luidt de volledige titel van Darwin’s befaamde boek.
Kort door de bocht komt het hier op neer: van een groep levende wezens worden er, telkens als het er om gaat spannen, de slechtst aangepaste uitgekieperd. De mussen die iets trager opvliegen dan de rest worden gepakt door de katten. De bloemen die nét een tikkeltje te fel gekleurd zijn worden niet door bijen herkend, bijgevolg niet bestoven. Het jachtluipaard die een fractie te laat aanvalt verhongert. De rest, die het overleeft, zorgt in de daaropvolgende generatie dat de vrijgekomen plaatsen ingenomen worden door nieuwe, beter aangepaste, individuen. Een constante struggle for life.
Theorie is één ding, maar als het principe blind toeslaat in de eigen achtertuin is het toch even schrikken. De natte winteropstoot van de voorbije week heeft Sjosj het leven gekost. Sjosj is (was) de generale repetitie van een Vlaanderse koekoek: de juiste kleuren en het juiste model, maar een beetje kleiner en schrieler dan de rest, met een defect oogje en bovenal een sociaal buitenbeentje dat altijd in z’n eentje zat te scharrelen en ook nét buiten de kippenren ging maffen. De minst aangepaste dus aan het modale kippenleven? Misschien, maar zijn kleine gestalte leverde hem ook voordelen op. Zo kon hij als enige onder het tuinhek door glippen, waardoor hij de hele tuin met hooiweide, composthoop en wilde hoekjes voor zich alleen had. Als dank kwam hij telkens zijn kakjes op de klinkerverharding deponeren. Als wilde hij zeggen: ‘k heb goed gegeten, danku.
Maar nu is Sjosj dood. Bleek hij het toch niet zo goed te stellen, want uiteindelijk niet meer dan vel over been. Bleek hij niet tot de ‘Favoured Races in the Struggle for Life’ te behoren, maar tot diegene die de ‘Natural Selection’ aan hun frak hebben.
Neen, ik had het niet zien aankomen: hij pikte duchtig graantjes mee, de kakjes kwamen met grote regelmaat.
Ja, hij sliep buiten, maar dat doen onze kalkoenen, parelhoenen en een stuk of vijf kippen ook. Zelfs nu, bij regen en kou. Ze hebben nochtans twee hokken, twee afdakjes en hópen struiken ter beschikking. Maar nee hoor: gezellig onder de blote hemel in de striemende regen. Ze overleven dat blijkbaar. Alleen Sjosj niet.
Maar wat nu met de rest van de buitenslapers: zullen die ook binnen de korste keren weggeselecteerd worden? Of moet ik mij daar allemaal niks van aantrekken? Iemand een tip om ze in één van de hokken of onder één van de afdakjes te doen slapen?
Niets van aantrekken. Ze weten waarschijnlijk wel wat ze doen.
Onze Zottegemse kippen slapen al jaren in een oude appelboom. Behalve toen er ophokplicht was, toen sliepen ze op het dak van hun hok. Blijkt nu dat zij als een van de enige kippen uit de buurt de vos te slim af waren. Goed gedaan meisjes!
Twee zomers geleden hadden we vier kippen. ‘Meneer’ en ‘Madam’ sliepen in een boskers, zo’n meter of vier boven de grond. Twee hennen sliepen binnen.
Kregen we een vos op bezoek, ’s nachts… De binnenslapers werden opgepeuzeld, madam en meneer slapen nog altijd in de boom (en sindsdien is het inloopgat van het hok ’s nachts afgeslopen, zodat de twee nieuwe binnenslapers ook veilig zijn…)
Ook ik zou zeggen : niets van aantrekken, ken ook tal van voorbeelden van kippen die goed overleven en verder kweken buiten een hok
Waarschijnlijk was Sjosj gewoon ziek en is hij daardoor gestorven. Niet door regen of kou, want kippen – van nature boomslapers – zijn daar behoorlijk tegen bestand.
Wil je ze toch op hok krijgen, dan denk ik dat je ze zolang mogelijk iedere avond zelf zal moeten binnenzetten tot ze het snappen.
Ja, gewoon een paar nachtjes op kot zetten, met deuren toe. En dan beschouwen ze het als vanzelf als hun natuurlijke slaapplaats.
Tenzij ze buiten slapen omdat ze boel hebben met de binnenslapers natuurlijk, dan zal het kot te klein zijn…
De mijne waren het, in het donker, al na één dagje gewoon.
jaja een paar nachten in hun kot, dat zij peter Omer ook. Maar dan moet je ze eerst kunnen vangen! De dag dat ze ‘op hok’ moesten zal ons nog lang heugen; dat was nog eens een sportieve prestatie!
Mijn vroegere buurman zijn kalkoenen moesten ook ’s avonds binnengejaagd worden. Hij zei dat kalkoenen heel domme beesten zijn.